Focaccia

In Liguria hebben ze niet alleen een slimme, maar ook een smakelijke oplossing gevonden voor het regionale broodprobleem. De zeewind die het weer aan deze lange kuststrook beheerst, maakte het haast onmogelijk om een goed brood te bakken. Het deeg wilde nauwelijks rijzen en door de hoge luchtvochtigheid kon de broodkorst niet uitharden en bleef het binnenste heel nat, wat tot gevolg had dat het brood al kort na het bakken beschimmelde. De inwoners vonden de oplossing: een pannenkoek van ongegist deeg, die direct uit de oven gegeten kon worden. De focaccia was geboren. Om de smaak te verbeteren werd de pannenkoek met wat olijfolie besprenkeld en met zout bestrooid. In sommige streken belegt men de focaccia met pittige kaas en garneert men hem met venkelzaden of uisnippers.

Ingrediënten

Bereiden

  1. Zeef de bloem. Meng de bloem en de gist in een kom. Voeg ⅔ van de olie, het lauwe water en zout toe en kneed dit tot een soepel deeg. Voeg iets meer water toe als het deeg te droog is. Als het te plakkerig blijft, voeg dan extra bloem toe. Kneed de tomaten en olijven erdoor en maak er een bal van. Leg deze op een met bloem bestoven aanrecht. Bestrijk met 1 el olie. Dek af met een vochtige theedoek en laat 1 uur rijzen.
  2. Rol het deeg met een deegroller uit tot een lap van 1 cm dik. Vet een bakplaat in met 1 el olie en leg het deeg erop. Laat het deeg 30 min. afgedekt rijzen. Haal de naaldjes van de takjes rozemarijn en snijd fijn.
  3. Verwarm de oven voor op 250 °C. Prik met je vinger kuiltjes in het deeg. Bestrooi het met het zeezout, de rozemarijn en de rest van de olie. Bak het brood ca. 20 min.
  4. Laat het iets afkoelen en snijd het horizontaal door. Laat de paprika uitlekken en snijd in repen. Snijd de geitenkaas in stukjes. Beleg de focaccia met de geitenkaas en paprika. Snijd de focaccia in stukken.