Een TIA en dan?

Moeite met het vinden van woorden,

met begrijpen van taal:

Taalstoornis na een hersenbloeding of een herseninfarct:
De oorzaak van hersenletsel is meestal een bloedvataandoening. Zo`n aandoening wordt ook wel beroerte, hersenbloeding, herseninfarct of hersenattaque genoemd. In medische termen heet het een CVA, een Cerebro (= hersenen) Vasculair (= bloedvat) Accident (= ongeval). Letterlijk dus een ongeval in een bloedvat in de hersenen. Op deze site zullen we hiervoor verder de term beroerte gebruiken.

Afasie ontstaat door een hersenletsel.

Andere oorzaken van het ontstaan van afasie zijn bijvoorbeeld een trauma (een verwonding in de hersenen door bijvoorbeeld een (verkeers)ongeluk) of een hersentumor.

Soms wordt een beroerte voorafgegaan door een heel kleine aanval. Iemand merkt dat een arm of een been plotseling krachteloos wordt, of beide. Dit gebeurt aan 1 zijde van het lichaam. Het kan ook zijn, dat iemand plotseling niet meer uit zijn woorden kan komen. Men noemt zo`n uitvalsverschijnsel een TIA: een Transient (= voorbijgaand) Ischaemic (= geen bloedtoevoer) Attack (= aanval). Het is dus een voorbijgaande aanval door een belemmering in de bloedtoevoer. Het gaat vanzelf over en lijkt daarom misschien niet zo belangrijk. Toch is het goed om er met een arts over te praten. Een TIA kan een voorbode van een beroerte zijn.

Door een beroerte, of door een van de andere oorzaken, wordt de bloedsomloop in de hersenen verstoord. Op de plaats waar te weinig bloed komt, ontstaat zuurstofgebrek. Hierdoor sterven de hersencellen op die plaats af. In de hersenen liggen allerlei gebieden met verschillende functies. Zo is er bijvoorbeeld een centrum voor bewegingen en een voor het gezichtsvermogen. Andere gebieden hebben betrekking op het gehoor, het spraakvermogen en het taalgebruik. Wanneer er hersencellen afsterven in een gebied, wordt de functie van dat gebied verstoord. Er treedt dan een functiestoornis op. Hoe erg de gevolgen hiervan zijn, hangt o.a. af van de grootte van de getroffen plaats in de hersenen. De gebieden voor het taalgebruik liggen bij de meeste mensen in de linker helft van de hersenen. Bij een letsel in deze taalgebieden spreken we van afasie. Vaak is de rechter lichaamshelft aangedaan. Is juist de linker lichaamshelft in kracht afgenomen dan spreken we van een spraakstoornis (een dysarthrie). Vaak functioneren de mondspieren niet goed waardoor de spraak minder is.

Wat is afasie?

Ieder mens gebruikt taal. Praten, het vinden van de juiste woorden, begrijpen, lezen, schrijven en gebaren maken zijn onderdelen van ons taalgebruik. Wanneer als gevolg van hersenletsel een of meer onderdelen van het taalgebruik niet meer goed functioneren, noemt men dat afasie. Afasie, A (= niet) fasie (= spreken) betekent dus dat iemand niet meer kan zeggen wat hij wil. Hij kan de taal minder goed gebruiken dan voorheen.
Veel mensen ondervinden tijdens hun vakantie in het buitenland de frustratie van het niet goed kunnen duidelijk maken wat ze bedoelen of het niet goed begrijpen wat de ander zegt. Zelfs in landen waarvan wij menen de taal goed te beheersen, zoals Engeland of Frankrijk, merken we dat bijvoorbeeld bij een doktersbezoek. In landen waarvan we de taal minder goed beheersen, zoals Portugal, Turkije of zelfs China, worden onze communicatiemogelijkheden met de lokale bevolking steeds beperkter, en lukt het ons zelfs niet meer altijd om op ons bord te krijgen wat we zo graag wilden eten. Mensen met afasie ondervinden dagelijks deze problemen.

Afasie is dus een taalstoornis. Geen twee mensen met afasie zijn precies gelijk, afasie is bij iedereen anders. De ernst en omvang van afasie zijn onder andere afhankelijk van de plaats en de ernst van het hersenletsel, het vroegere taalvermogen en iemands persoonlijkheid. Sommige mensen met afasie kunnen wel goed taal begrijpen, maar hebben moeite met het vinden van de juiste woorden of met het bouwen van zinnen. Anderen spreken juist wel veel, maar wat zij zeggen is voor de gesprekspartner niet of moeilijk te begrijpen; deze mensen hebben vaak grote problemen met het begrijpen van taal. Het taalvermogen van de meeste mensen met afasie bevindt zich ergens tussen deze twee uitersten. Let wel: iemand met afasie beschikt over het algemeen over zijn volledige intellectuele capaciteiten!

Bijna altijd is er na het ontstaan van afasie enig spontaan herstel van de taal. Zelden of nooit is dat herstel volledig. Toch is er met veel oefenen, telkens weer proberen en volhouden vaak enige verbetering te verkrijgen. Degene die kan helpen met het oefenen van de taal is de logopedist.

Wat doet de logopedist?

De logopedist neemt eerst een onderzoek betreffende de taal en/of de communicatie af. De resultaten worden zowel met de patiënt als de directe omgeving van de patiënt besproken. De logopedist geeft voorlichting en adviezen aan familie en omgeving.

De behandeling is gericht op de individuele problematiek. Vaak worden er oefeningen gedaan om het begrijpen, spreken, lezen en schrijven te verbeteren. Ook wordt de patiënt en de directe omgeving geleerd hoe zij op een andere manier dan vroeger met elkaar kunnen communiceren. Wanneer blijkt dat een communicatiehulpmiddel zinvol is zal de logopedist hierover adviseren en begeleiding bieden. Het resultaat van de behandeling is afhankelijk van vele factoren en is daarom moeilijk voorspelbaar.